3 Geen tweewegenleer voor ons behoud, doch wel twee gestalten naar hetzelfde doel van het Koninkrijk van God

3a) Wij aanvaarden de weigering van het Joodse volk om Jesjoea van Nazareth als Messias te aanvaarden als een heilig ‘geheimenis’.[1] Wij zijn des te meer blij met Joden die Jesjoea binnenhalen als een Jood, doch wijzen een tweewegenleer af.

Israël gedeeltelijk verblind

Romeinen 11:1 Heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet!

Romeinen 11:8 God gaf hun (Israël) een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen tot de dag van heden. (Verwijzend naar Jesaja 6:8-12)

Romeinen 11:11 Door hun (Israël) val is het heil tot de heidenen gekomen om hen tot naijver op te wekken.

God Zelf heeft het overgrote deel van zijn lievelingsvolk tijdelijk verdoofd en verblind, opdat wij, niet-Joden, in de gelegenheid zouden worden gesteld om Hem te kunnen leren kennen. Hier vang je een glimp op van een groot mysterie. Niet alleen de eniggeboren Zoon Jesjoea leed plaatsvervangend, maar ook Israël, Gods eerstgeboren zoon leed plaatsvervangend, want Israël struikelde en onderging ten gevolge van die struikeling onnoemelijk veel leed tot redding van de volken.

Ontknoping

De gedeeltelijke verblinding van Israël past naadloos in Gods herstelplan voor de mensheid. Indien God zijn geliefde volk niet zou hebben verblind en verdoofd voor hun eigen Messias, dan waren wij, heidenen, niet in de gelegenheid gesteld om Hem te leren kennen.

Wij, niet-Joden, werden niet aan ons lot overgelaten. Israël werd niet uitverkoren ten koste van de overige volken, maar tot heil (redding) van de volken! Israël werd uitverkoren met het doel de heidense volken te laten weten dat ook zij zijn uitverkoren. Wij, heidenen, werden op de edele olijfboom geënt samen met het Joodse volk.

Zelfs in hun staat van verdoofdheid en verblinding werd Israël een zegen voor de wereld. Maar het verhaal gaat verder. Romeinen 11:15 Want indien hun (Israëls) verwerping (van Jesjoea) de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming (van Jesjoea) anders wezen dan leven uit de doden? Wat een ontknoping! Wat een mysterie! Daarom schrijft Paulus in Romeinen 11:23 O, diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!

Heimholung Jesu

Er is de laatste jaren veel belangstelling onder de Joden voor het leven en werk van Jesjoea. Met de terugkeer van de Joden naar hun eigen land zou ook Jesjoea moeten terugkeren naar zijn land. Shalom Ben-Chorin heeft de term Heimholung Jesu geijkt voor deze nieuwe pogingen van Joden om Jesjoea als een ‘echte jood’ te tekenen, die helemaal thuishoort in zijn volk Israël na zovele eeuwen van vervreemding[2]. Na eeuwen van ballingschap in het christendom zou ‘de verloren zoon’ weer thuisgehaald moeten worden in zijn ‘vaderhuis’.[3]

Bekende Joodse schrijvers als Shalom Ben Chorin, leerling van Martin Buber en Pinchas Lapide hebben een grote invloed gehad op deze ontwikkeling. Joseph Klausner heeft ook baanbrekend werk verricht en omschreef Jesjoea als de meest Joodse mens van alle Joden. In 1922 verscheen van hem in het Hebreeuws het boek Jeshoe ha-Nozri (‘Jezus de Nazarener’). Hij schreef als zionist en tekende de joods-nationale trekken van Jesjoea’s karakter. De kracht van Jesjoea zag hij in diens ethiek, die hij geheel bepaald achtte door de joodse traditie. Hij was vooral geïmponeerd door Jesjoea als ongeëvenaarde verteller van gelijkenissen.[4]

Ook de Israëlische hoogleraar David Flusser had grote invloed op de joods-christelijk dialoog. In 1968 schreef hij het boek Jezus. Daarin keerde hij zich tegen het alleenrecht van de historisch-kritische benadering, die hij met name bestrijdt in de school van Bultmann. Volgens hem hebben deze nieuwtestamentici Jesjoea van zijn jood-zijn losgemaakt en aan het jodendom ontroofd. Hij is ervan overtuigd, dat de bestudering van het Nieuwe Testament een noodzakelijk onderzoek is om een beter beeld te krijgen van Jesjoea’s geloof en leven. Anderzijds is Flusser van mening dat de kerk niet zonder de synagoge kan. Hij tekent Jesjoea te midden van de vele joodse stromingen van zijn tijd, als iemand die dichtbij de school van Hillel stond, die zichzelf als Messias beschouwde en die zich in de laatste fase van zijn leven ook vereenzelvigde met de komende mensenzoon. Jesjoea was ervan overtuigd, dat met zijn optreden de nieuwe heilstijd was aangebroken en dat Gods heerschappij zich reeds begon baan te breken in de wereld. Langzamerhand zag Jesjoea in, dat zijn verheven zelfbewustzijn hem tot een gewelddadige dood zou leiden, zoals dat met zovele profeten vóór hem gebeurd was. De Nazarener heeft zich volgens Flusser nooit voor God gehouden, noch gelooft hij dat Jesjoea de Messias kan zijn, maar als bij de wederkomst blijkt dat Hij het wel is, weinig Joden zullen protesteren.

In 1973 schreef de Britse geleerde Geza Vermes zijn eerste boek over Jesus the Jew, waarin hij op wetenschappelijke wijze de joodse achtergrond tekende van de titels ‘profeet’, ‘Heer’, ‘Messias’ en ‘mensenzoon’, die aan Jesjoea in de evangeliën worden toegekend. Hij schreef: Terwijl er niemand zijns gelijke is in diepte van inzicht en grootsheid van karakter, is hij in het bijzonder een onovertroffen meester in de kunst om de innerlijke kern van de geestelijke waarheid bloot te leggen en elke zaak terug te brengen tot het wezen van de religie, de existentiële relatie tussen mens en mens, en tussen mens en God.[5]

Pinchas Lapide (1922-1997) baarde opzien met zijn boek over de Opstanding van Jesjoea, waarin hij deze als een daad van God voorstelde om daardoor de heidenchristelijke kerk in het leven te roepen. De Jood Jesjoea is tot de heiland van de volken geworden, waardoor de naam van de God van Israël op de lippen is gekomen van miljoenen niet-joden. Hierin ziet Lapide een gedeeltelijke vervulling van de visioenen van Israëls profeten.  De spits van de beweging van het ’thuishalen van Jesjoea’ is bij auteurs als Lapide gericht op een christendom, dat volgens hen in de loop van de geschiedenis ver van zijn oorsprong is vervreemd geraakt. Zij hebben in ieder geval teweeggebracht dat in christelijke kring de vragen rond de messianiteit en de titels van Jesjoea en rond de verschillende christologieën van het Nieuwe Testament en van de eerste eeuwen niet meer behandeld kunnen worden zonder de inbreng van hedendaagse Joodse stemmen.[6] In christelijke kring maakte Lapide vooral naam door het feit dat hij het Nieuwe Testament een joods boek te midden van andere joodse boeken noemde en het daarom vanuit joods gezichtspunt uitlegde. Bij het bestuderen van die bronnen ging Lapide vaak een eigen weg. Zo wenste hij het opstandingsgeloof van Jesjoea’s discipelen niet te reduceren tot louter wensdromen en hallucinaties. Voor hem was de opstanding van Jesjoea een werkelijk gebeuren in de menselijke geschiedenis, al is het niet wetenschappelijk te bewijzen, niet nader te kwalificeren.[7]

Volgens de theoloog Coen Wessel neemt in Nederland de “Israëltheologie” een aanvang met K.H. Miskottes boek “Het wezen der Joodse Religie”. In december 1932 promoveerde K.H. Miskotte op een studie, getiteld: Het wezen der joodsche religie, ondertitel: Bijdrage tot de kennis van het joodsche geestesleven. In dat boek legt K.H. Miskotte verantwoording af van een lang en diepgaand luisteren naar Joodse getuigen uit de 19e en 20e eeuw. Op de eerste bladzijde van zijn proefschrift vertelt Kornelis Heiko Miskotte hoe hij, bezig aan een promotieonderzoek naar de leer der heiliging in de prediking van Kohlbrügge[8], een zijpad insloeg en daarbij de eigenheid van het Oude Testament en het jodendom ontdekte. Hij ontdekte in het jodendom een ‘religieus zelfbewustzijn’, maar vooral ook een missionair bewustzijn. Hij ontdekte een jodendom dat de wereld iets wilde zeggen en ook te zeggen heeft. Hij neemt iets vitaals en jeugdigs in het jodendom waar en in de inleidende hoofdstukken beschrijft hij hoe er onder invloed van secularisatie en antisemitisme een tegenbeweging op gang gekomen is in het jodendom. Het boek van K.H. Miskotte reflecteert op de geestelijke kant van heel deze joodse vernieuwingsbeweging. Daarbij valt op hoe wijd K.H. Miskotte ziet: hij leest schrijvers (Franz Kafka, Max Brod), godsdienstfilosofen (Leo Baeck, Hermann Cohen, Franz Rosenzweig en Martin Buber), zelfs een man als Ernst Bloch ontgaat hem in1932 niet. Ook het zionisme kan hij nog waarnemen als meer dan een nationaal politieke beweging. Behalve een nationale beweging is het voor hem ook een geestelijke beweging “waarin het nationale slechts één element is of zelfs geheel in het religieuze werd opgesmolten.”[9] Voor meer info zie dit artikel in Kerk en Israël van deputaten van de Chr. Geref. Kerken: http://www.kerkenisrael.nl/voi/voi38-6d.php

Tweewegenleer

Vooreerst ingegeven vanuit het rabbinale Jodendom, maar recentelijk ook versterkt onder christenen sinds de Shoah, is de zogenaamde tweewegenleer ontwikkeld. Volgens deze leer die bij sommige christenen populair is, zijn er twee wegen om tot zaligheid te komen: het geloof in Jezus Christus als Messias en de gehoorzaamheid aan de Thora. Zo wordt vaak de joodse filosoof Franz Rosenzweig geciteerd, die gezegd heeft: ‘Wat Christus en zijn kerk in de wereld betekenen, daarover zijn wij het eens: er komt niemand tot de Vader dan door hem. Het ligt echter anders, wanneer iemand niet meer naar de Vader hoeft te komen, omdat hij al bij hem is. En dit is het geval met het volk Israël (niet met elke individuele Jood)‘.

De tweevolkentheorie stelt dat de Joodse natie een eigen onvoorwaardelijke relatie met en toegang tot de beloften van God heeft o.b.v. afstamming. Zending onder hen zou dan ook niet nodig zijn. De Joden zouden dan geen behoefte hebben aan het geloof in Jesjoea als hun Messias, maar als natie eigen heil in zich dragen door het houden van de Thora en de onvoorwaardelijke en eeuwige beloften van God.
Volgens Paulus is Hij de enige door God geboden weg tot heil (Rom. 7:19-25). “Ik ben de weg, de waarheid en het leven; Niemand komt tot de Vader dan door Mij”. (Joh 14:6). Voor de tweewegenleer, als twee verschillende wegen tot het heil, is dus in de Bijbel geen plaats. Dat de Joodse natie/Israël en de kerk beiden volken van God zijn met hun eigen godsdienst, die heil zou brengen, is dan ook ten diepste een ontkenning van het evangelie.

We herkennen deze gedachtelijn wel in de Israëlvisie van sommigen, waarbij verondersteld wordt dat leden van het traditionele Jodendom of de Joodse natie een bijzondere positie hebben.

Zo signaleert Steven Paas dat er in het christenzionistisch denken sprake is van twee verbonden, namelijk Israël en Kerk, de zogenoemde tweewegenleer.  Voor beiden volken gelden dus verschillende verbonden. Paas is van mening dat die tweewegenleer op scherp komt te staan, wanneer men spreekt over de kerk als het volk van Christus en Christus – de Bemiddelaar van het Nieuwe Verbond als de enige toegang tot het hart van Israëls God.

Die vraag of er twee wegen zijn, is vooral een van de kernvragen waarover Simon Schoon ingaat in zijn boek De weg van Jezus, waarin hij de contouren probeert te tekenen van een christologie die vrij is van anti-judaïsme en van triomfalisme (waarin Jezus traditioneel door de kerk is voorgesteld als een halfmythische godenzoon). Schoon signaleert, dat het in de bezorgde vraagstelling ‘Kunnen Joden behouden worden zonder Jezus Christus?’ echter niet zozeer gaat om een visie op het jodendom, maar veeleer om eigen heilszekerheid. Op de achtergrond klinkt namelijk de vraag mee: Waarom zouden christenen nog uitsluitend hun heil bij Jezus Christus moeten zoeken als de Joden ‘behouden’ zouden kunnen worden zonder of buiten Christus om? Wie de tweewegenleer aanvaardt, lijkt daarmee alle spanning weg te halen uit de relatie en de dialoog tussen joden en christenen. Wie de ’tweewegen-leer’ verwerpt, maakt het onmogelijk theologisch nog volledig ruimte te laten voor de voortgang van het levende verbond tussen God en Israël. De voortgaande weg van Israël kan dan immers alleen nog vanuit een negatief perspectief getekend worden als een weg van ontrouw en ongehoorzaamheid tegenover God. De verwerping van de tweewegen-leer leidt zo ondanks alle ontkenningen en beweringen van het tegendeel altijd tot een vorm van vervangingsleer. Want wanneer het verbond van God alleen voortgezet wordt via Jezus Christus en de gemeente die in hem gelooft, dan kan het Joodse volk dat Jezus afwijst zich naar deze opvatting niet tegelijkertijd op de weg van het verbond bevinden.[10]

Ondanks zijn hartzeer over de scheiding tussen Jezus Christus en het Joodse volk bleef Paulus in de tegenwoordige tijd spreken over de voorrechten van Israël. Hij twijfelde er niet aan dat Gods genadegaven en voorrechten ook na Christus voor Israël bleven gelden: “Immers zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus’ (Rom. 9:4-5).

Mw. G.A. van der Spek-Begemann, schrijfster voor het blad Israël en de Kerk, (uitgegeven door Christenen voor Israël) reageert op het verwijt van neiging naar tweewegenleer met de wedervraag: twee wegen waarheen? N.a.v. haar publicatie over Job, het troostboek voor Israël,[11] belicht vanuit een profetisch oogpunt, waarin de schrijfster het verhaal van Job in de geschiedenis van Israël ziet weerspiegeld.
Zij stelt dat Jesjoea inderdaad de weg is en de sleutelpositie heeft voor de komst van het Koninkrijk. Er is immers maar één weg naar het Koninkrijk. Doch dat dit niet alleen geldt voor christenen, doch ook voor Abraham en de gelovigen van de Hebreeënbrief (hoofdstuk 11). Het geloof van deze geloofshelden was niet gebaseerd op het belijden van de twaalf artikelen, of enige andere geloofsbelijdenis[12], doch op hun vertrouwen op de God van Israël. Zo gezien kunnen wij niet spreken van een OT- of NT-weg! Dat doet Hebreeën ook niet. Als geloven zou gaan om de christelijke belijdenis zou er inderdaad sprake zijn van twee wegen. Om dat te bewijzen, moeten we wel eerst de schaar in de Bijbel zetten. Is dat niet juist de tactiek van de vervangingsleer? Het Oude Testament was de Bijbel van Jezus en van Paulus. Het NT bestond toen nog niet. Van Paulus had men gehoord over de verzoening (de vervulling van het hogepriesterlijk offer van de Grote Verzoendag). Dat bevestigde alles wat God had gezegd in de Schriften.
Nu wij ons bekeerd hebben tot de God van Israël, zijn wij uit de duisternis van het heidendom kinderen des Lichts geworden. Hij wil ons rekenen tot zijn volk. Als eenmaal de Grote Verzoendag uit de schaduw van de tempeldienst in de historische realiteit is getreden op Golgotha en het hogepriesterlijk offer in vervulling is gegaan, scheurt het voorhangsel in de tempel en is de scheidsmuur tussen Israël en de volken afgebroken. Wij heidenchristenen zijn voor God én huisgenoten én medeburgers geworden van Israël. Dat wil zeggen dat de vijandschap voorbij is. Het zal worden één kudde en één herder. (Dat wil overigens niet zeggen dat het onderscheid tussen Israël en de volken is opgeheven!)
De kerk heeft in haar geschiedenis tegen de Verzoendag in, een boodschap voor Israël verkondigd die Gods liefde voor zijn volk lijkt te hebben gestolen: Israël zou zonder christelijke belijdenis verloren zijn.
Heimelijk denkt men dat het OT een andere weg verkondigt dan het NT. Men heeft daarmee zelf een tweewegenleer geschapen… Niet de christelijke belijdenis hing aan het kruis, maar Jesjoea. Hij heeft God met Israël verzoend en als wij in de kerk daaraan twijfelen, zagen we de tak door waar we op zitten. Afgesneden van de wilde olijf, zijn wij namelijk geënt op de edele olijf, Israël, het volk van God. Dat de gelovigen in de synagoge in Jesjoea (nog) niet de Messias zien, is opgenomen in Gods plan, het hoeft ons niet te verontrusten, zegt ook Paulus en is te zien als slechts een tijdverschil, maar niet als een geestelijke scheiding en zeker niet als ontrouw van de kant van Israëls God. ‘Bij de Vader’ zijn zij de gelovigen van de synagoge al veel langer dan wij kerkmensen. (Jes. 63:16)

Zo bevinden Kerk en Israël zich in haar gedachtegang niet op twee aparte wegen – de tweewegenleer wordt door haar afgewezen – ‘maar twee gestalten bevinden zich op Dezelfde Weg, die de weg is van God met Zijn schepping in Christus’, aldus ook dr. G.C. den Hertog.[13]

De bruid is en blijft Israël. Jesjoea is de bruidegom en zijn gemeente uit alle volken is zijn lichaam.[14]

Joden die Jesjoea belijden[15]

3b) Wij zijn blij met Joodse volgelingen van Jezus over wat zij ons kunnen leren over het ontdekken van de wortels van ons geloof en wij begrijpen en erkennen dat zij zich geen christen noemen, maar Jesjoea haMasjiach belijdende Joden.

Dit is niet de plek om de hele geschiedenis weer te geven van de Messiaanse beweging. Daarvoor verwijzen we naar de literatuur hieronder. Wel willen we kort het belang noemen van het werk van hun voorlopers hier in Nederland: van ‘Joodse christenen’ zoals Joseph Zalman, Johannes Rottenberg en Israël Tabaksblatt, die vooral in Rotterdam onder de naam Elim werkten onder Joden ter promotie van het christelijk geloof evenals de Nederlandse Vereniging voor Israël (opgericht in 1861 door Carl Schwartz te Amsterdam, die in dienst stond van de Free Church of Scotland) en Hebreeuwse christenen als Da Costa en Capadose, die de unieke en blijvende betekenis van Israël in de christelijke theologie belicht hebben door hun betrokkenheid bij het OT en de joods-christelijke jeugdvereniging Hadderech,[16] dat in 1947 is ontstaat uit een fusie van de Nederlandse Vereniging Joden-Christenen (NVJC) uit 1928[17] en een andere vereniging onder naam Hadderech.

Excurs: Voorkeursbehandeling in Westerbork

In de tweede wereldoorlog had in kamp Westerbork noodgedwongen gemeentevorming onder Messiasbelijdende Joden plaats. De nazi’s maakten in principe geen onderscheid tussen een Jood en een Christen-Jood. Toch kreeg de laatste groep een ‘voorkeursbehandeling’ van de nazi’s, nadat de kerken in 1942 tegen de massale Jodendeportaties protesteerden. Het antwoord van de bezetter was dat de christen-joden die als zodanig bekend waren vòòr 1 januari, van deportaties zouden worden vrijgesteld. Niettemin werden zij gearresteerd en naar Westerbork gebracht in barak 73 en vormden in kerkelijk opzicht een noodgemeente. M. Enker en S.P. Tabaksblatt hielden er iedere zondag om beurten kerkdiensten. Ondanks hun belofte begonnen in september 1944 toch de transporten van de christen-joden uit Westerbork naar Theresienstadt. Op 9 mei 1945 werd het kamp door de Russen bevrijd, waardoor 400 van hen van de dood werden gered.

In haar serie Boulevard des déportés heeft Jip Wingaarden in 2002 een schilderij gemaakt met Jezus aan het kruis met een Jodenster. “Als Jezus bij de barakken in Westerbork was geweest, dan had hij echt niet in de kerk gezeten, maar had Hij met de mensen meegeleden!” Ze had zich bedacht “dat als Jezus in die tijd geleefd zou hebben, Hij ook als Jood vervolgd en afgevoerd zou zijn naar de kampen. Dat is de realiteit. Diezelfde kerk die in Hem zegt te geloven, heeft destijds aan deze toestand meegeholpen. De kampcommandant van Westerbork was een christen.”[18]

Hadderech

Een verschuiving in hun aanduiding leidde in Nederland in 1969 tot een statutenwijziging waarbij de naam Nederlandse Vereniging van Joden-Christenen gewijzigd werd in Hadderech, Nederlandse Vereniging van Jesjoe’a hammasjiach belijdende Joden. Heel deze geschiedenis en de verschuiving in identiteit is in 1989 mooi beschreven in het boek van hervormd predikant Bert de Ruiter (1960) Op zoek naar identiteit, geschiedenis van de gemeenschapsvorming bij Messiasbelijdende Joden in Nederland.
Ze hebben een maandblad dat theologische artikelen bevat en artikelen over de staat Israël en verenigingsnieuws.

Jaarlijks hebben zij naast een ledenvergadering een Paaskamp. In 2001 zijn ze een samenwerkingsverband aangegaan met de Christelijke Hogeschool Ede teneinde tot een collectie boeken te komen betreffende of van de hand van Messiasbelijdende joden. Bekend lid en auteur was Marjorie W. Eberlé-Gotlib (1914-2009).[19] Zij was meer dan veertig jaar voorzitter.[20] In 1969 kreeg ze namens deze vereniging zitting in het ICI. Zij overleed kort voordat Gert van Klinken zijn boek ”Christelijke stemmen over het Jodendom” uitbracht, ”Zestig jaar Interkerkelijk Contact Israël” 1946-2006. Het verschil met de instellingen het CIDI en het OJEC is, dat het ICI een band onderhoudt met de Messiasbelijdende Joden. Hadderech (Marjorie) had over tal van zaken een eigen mening. Het heeft het ICI niet van de overtuiging weerhouden, dat aan de Messiasbelijdende joden een legitieme plek toekomt in de christelijke gemeenschap!

Andere leden én tevens auteur zijn G.H.W. Pflaum (baptistenpredikant). Adviseur is prof. dr. Pieter Siebesma (CHE en ETF), zelf geen Jood.
In 2010 deed Léonneke Romeijn van de CHE in opdracht van Hadderech een uitgebreid onderzoek onder Messiasbelijdende Joden in Nederland.  Zij concludeerde dat Messiasbelijdende Joden zich sterk verbonden voelen met het Joodse volk en met Israël, maar ook dat ze hun Joodse identiteit dikwijls verzwijgen. Dit verzwijgen komt voort uit de Tweede Wereldoorlog. De angst en de trauma’s uit die periode raken soms tot in de derde generatie. Naar aanleiding van bovengenoemd onderzoek was er op 8 november 2010 in Ede een studiedag van het Centrum voor Israëlstudies (CIS) rond de vraag ‘Joodse volgelingen van Jezus, brug tussen synagoge en kerk?’ Dr. Richard Harvey, een Messiasbelijdende Joodse theoloog uit Engeland, zei op die vraag tegen de 150 aanwezigen: ‘Ik ben niet de brug tussen christenen en Joden, ik sta zowel aan de Joodse kant, waar ik volledig Joods ben, en ik sta aan de christelijke kant, waar ik volledig christen ben. Ik voel mij aan beide kanten thuis en heb niet de behoefte om een brug te moeten zijn’. Hij illustreerde de positie van de Messiasbelijdende Joden met een ander beeld. Er is volgens hem geen sprake van twee stoelen, de synagoge en de kerk, waar de Messiasbelijdende Joden tussen vallen, zoals zo vaak gedacht wordt. In Gods werkelijkheid is er één grote stoel met hen juist in het midden. Een kerk die het zonder Israël wil doen en een synagoge die het zonder Jesjoea wil doen, zitten beiden op de rand van deze stoel en lopen het gevaar er aan de zijkant van af te vallen.

Willem Duvekot schrijft: “Zij willen hun Jood-zijn benadrukken tegelijk met hun navolging van Jesjoea. Daarom is er een sterke verbondenheid met de synagoge en met de staat Israël èn met de kerk. Het is de tragiek van verschillende christen-joden dat zij in een soort vacuüm zijn terechtgekomen. In de synagogen passen zij niet meer, maar in de kerk voelen zij zich ook niet thuis, omdat daar soms in het geheel niet de band met Israël ervaren en beleden wordt.” In de VS hebben zij dit opgelost door het stichten van allianties, zoals de International Hebrew Christian Alliance (1925) en de MJAA (Messianic Jewish Alliance of America), de voortzetting van de vroegere Hebreeuws-christelijke alliantie en de vanuit MJAA in 1986 opgerichte IAMCS (International Alliance of Messianic Congregations and Synagoges). Zij fungeert als een soort federatie op internationaal niveau.

In de winter van 1988-1989 werden voor de E.O. een aantal radiolezingen gehouden in de rubriek ‘Zicht op Israël’ met bijdragen over Messiasbelijdende Joden, die gebundeld zijn in het boek Messiasbelijdende Joden, vroeger en nu onder redactie van C. den Boer, M. van Campen en J. van der Graaf.  Waar in deze bundel bijdragen ontbreken van Messiasbelijdende Joden zelf, is dat in de publicatie Mensen van de brug wel het geval.
Hier zijn in 1991 Messiasbelijdende Joden in gesprek met de Werkgroep Israël en de gemeente van de Evangelische Alliantie. Zo bevat het bijzondere bijdragen van mw. R. de Graaf-van Gelder en dhr. Israël. Tabaksblatt. Zij bekleden zoals de titel aangeeft een brugfunctie tussen enerzijds joden en anderzijds niet-joden. Het boek beschrijft o.a. hoe de vier belangrijkste apostelen (hoekstenen) van de gemeente, Petrus, Paulus, Jacobus en Johannes beslissende leidinggaven aan de gemeente over de het toelaten van heidenen. In de geschiedenis is die vraag omgedraaid: hoe mogen joden worden toegelaten in de gemeente? Duidelijk wordt wat de gemeente in de loop van de geschiedenis heeft verloren en hoe de inzichten van de christenen een verkeerde kant zijn opgegaan. In een boekbespreking voor Soteria zegt baptistenpredikant Karel M. Gerristen terecht: “De jonge wereldkerk was al heel spoedig vergeten, dat haar Heer als jood geboren werd uit een joodse moeder, dat Hij zich heeft laten besnijden en dopen, dat Hij de Messias van en voor Israël was en alleen zo ook voor de volkeren, de wereld.[21]

De eerste Messias Belijdende Joodse Gemeente in Nederland is Beth Yeshua[22] in Amsterdam. Deze gemeente is in september 1991 gestart door rabbijn Lion S. Erwteman, samen met zijn vrouw, rebbetsen Elze Erwteman. Hier worden de Bijbels-joodse feesten gevierd. Velen dragen tijdens de dienst een gebedsmantel.[23] Soms worden tsietsiet gedragen. Een aantal sabbatswetten wordt gehandhaafd, een aantal spijswetten en meer joodse gebruiken, zoals de maaltijd in het gezin aan het begin van de sabbat met de zegenbede voor de kinderen. Er is een grote liefde voor Israël, vaak verbonden met concrete verwachtingen op grond van Bijbelse profetieën.[24]

Het maandblad van Beth Yeshua heet Melach HaArets (het zout der aarde) met artikelen over Israël, het jodendom en het christendom. Naast Beth Yeshua zijn er verspreid over heel Nederland meerdere Messiasbelijdende gemeenten en huisgroepen. Toekomstige leiders krijgen bijbelonderwijs op de Jeshieva Lamdeni. Ze waren verbonden met de International Alliance of Messianic Congregations and Synagogues (IAMCS). Het in 2006 opgezette Messiaanse Platform om hen te verenigen is tot nu van korte duur gebleken.[25] Wie wel in Nederland verbonden is met IAMCS is de Shiloach Messianic Fellowship eveneens te Amsterdam. Deze werd op 31 december 2005 tijdens het Chanoekafeest opgericht. Als Messiasbelijdende gemeente zijn ze gehecht aan het tot uitdrukking brengen van de Joods-bijbelse manier van leven handelend vanuit de vrijheid in Jesjoea. Dat betekent dat zij zich niet gebonden voelen aan, of stellen onder, de autoriteit van interpretatie van de Thora en traditie zoals deze door het rabbijns-Talmoedische Jodendom wordt voorgeschreven. Zij accepteren alleen de geschreven Thora en de rest van de Bijbel als hoogste gezag voor leer, leven en traditie. Zij leggen de rabbijns-Joodse traditie Messiaans uit. Dat wil zeggen, dat zij de rabbijns-Joodse traditie interpreteren vanuit hun verbintenis met Jesjoea.
Uit respect voor de Joodse identiteit en de rabbijnse traditie, vragen zij aan alle niet-Joodse mannen om geen talliet (tsietsiet/schouwdraden) in onze samenkomsten te dragen. Vanuit ditzelfde respect, gebruiken zij geen vlaggen of wimpels tijdens de lofprijs en aanbidding in onze samenkomst (denk daarbij aan de oorlogen en de kruistochten).
Zij geloven in de eenheid van Jood en niet-Jood in het lichaam van Jesjoea. Een eenheid, die niet bestaat in uniformiteit maar in verscheidenheid. Daarom respecteren zij ieders identiteit (Joods of niet) in onze gemeente. De Eeuwige geeft aan ieder van ons een unieke, eigen identiteit gaf. Eén, maar niet hetzelfde, in identiteit, cultuur en roeping. Het is een eenheid in verscheidenheid, tot eer van de Eeuwige, onze Hemelse Vader.

Tweemaal Twaalf Joden vinden de Messias

Evangelist Ben Hoekendijk schreef tweemaal een serie van Twaalf Joden vinden de Messias, de eerste in 1991[26]met o.a. verhalen van de theoloog Jozef Shulam in Jeruzalem, de pioniers Menahem[27] en Haya Benhayim in Eilat en tante Rebecca de Graaf-van Gelder en de tweede in 1997 met o.a. verhalen van Evan Thomas, David H. Stern, Batya Segal, David Lazarus.

Twee boeken met bekeringsverhalen van Messiasbelijdende Joden. Levensverhalen van Joden in Israël die door een ontmoeting met Jezus een geestelijke revolutie beleefden. Deze boeken bevatten ieder twaalf levensverhalen van Joden, die verspreid over de hele wereld, vaak op bovennatuurlijke wijze hun verzet tegen God opgeven en tot geloof in de Messias komen. Ze ontdekten, dat geloven in Yeshua (Jezus) hen niet minder Joods maakte, integendeel, Jezus was immers ook een Jood. Ofschoon ze in de meest uiteenlopende landen woonden, voelden ze een sterke drang om naar Israël te emigreren overeenkomstig Ezechiël 36:24-30. De auteur ziet in deze Messiaanse beweging een teken des tijds. D.w.z. dat de Heer spoedig terugkomt (Mattheus 24:32). Het boek bevat een extra hoofdstuk over Nederlandse Messiaanse joden, een woordenlijst en een opsomming van Messiaanse profetieën.
Deze boeken vonden hun weg naar christenen en Joden over de hele wereld (bijvoorbeeld 50.000 Russische boeken werden vanuit Finland over de hele Sovjet-Unie verspreid) en heeft christenen zowel als Joden diep geraakt. De manier waarop Jezus zich aan zijn eigen volk openbaart is te vergelijken met hoe Jozef in Egypte zich toonde aan zijn broeders die hem eerst verworpen hadden. Soms gebeurt dit door een visioen of een openbaring, soms door het lezen van het Nieuwe Testament en in andere gevallen door het getuigenis van een christen. Er zit hierin een diepe les: God heeft niet afgedaan met Zijn volk. In tegendeel. Hij gaat zijn verbond met Israël vernieuwen, zoals de profeten hebben voorspeld. Dit zijn ‘de eerstelingen van de oogst’, maar op een dag zal gans Israël behouden worden, zegt Romeinen 11:26.

Ben Hoekendijk komt uit een familie die al lang een warme liefde heeft voor het Joodse volk. Zijn grootvader C.J. Hoekendijk zei in de jaren twintig en dertig al dat het Joodse volk weer bij elkaar zou komen in een eigen staat. Hoekendijk ziet de messiaanse Joden als de vervulling van de profetie van de vijgenboom, die gaat bloeien als de zomer nabij is, zoals Mat. 24:32 dat zegt en dus als een teken dat de komst van Jezus nabij is en we aan de vooravond staan van een geweldige uitstorting van Gods Geest op de Joden wereldwijd.

In 2001 volgt opnieuw zijn publicatie Interviews met Messiaanse leiders over De toekomst van Israel: Vijf Messiasbelijdende Joden, een Palestijnse christen en een christen-Jood, met o.a.: David Loden, dit tot de leiding behoort van de groeiende Messiaanse gemeente Beth Asaf in de badplaats Netanyah; Joseph Shulam uit Jeruzalem en Baruch Maoz, predikant van een Joods-christelijke gemeente in Rishon leZion en de Arabische christen Salim J. Munayer. Zeven Israëli’s, zeven visies op de toekomst van Israël. Is dit Israël de vervulling van de profetie, of verwachten we iets anders? Wat zal de toekomst brengen, meer oorlogen, meer isolement, meer vijandschap van de Arabische wereld? Zijn Messiaanse joden het begin van de behoudenis van gans Israel? Hoe ligt de verhouding tussen Joden en christenen in het algemeen en Messiaanse loden en wedergeboren christenen in het bijzonder? Om een antwoord te vinden op deze en andere brandende vragen, trok de schrijver van noord tot zuid door Israel en verzamelde reacties van Messiaanse leiders. In dit boek geven ze hun visie op de toekomst van Israël. Jezus sprak gedetailleerd over zijn tweede komst op aarde en wat daaraan vooraf zal gaan. In die ontwikkelingen speelt Israël de hoofdrol.

In 2007 verschijnt een heruitgave van Twaalf Joden vinden de Messias, waarin de beste verhalen uit boek I en boek II werden samengevoegd en in datzelfde jaar volgt nog zijn boek Israël Zestig jaar, drie stappen op weg naar de nieuwe wereld: het fysieke herstel van Israël, haar geestelijke vernieuwing, en de wederkomst van Jezus met zijn koninkrijk van vrede en gerechtigheid. Hierin legt Hoekendijk uit dat de terugkeer van de Joden naar hun land een van de grootste tekenen is van de naderende wereldvernieuwing.

In 2001 publiceert Evert van der Poll De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen. Alleen al door hun bestaan leggen ze een bom onder de bedelingenleer, de vervangingstheologie en de tweewegenleer. Ze zijn voor evangelisatie onder Joden en iemand als Jakob Damkani[28] van Trumpet of Salvation maakt met zijn zendingsijver vele christenen beschaamd. Evert van der Poll wijst erop dat er sinds de kerk geen dwang meer toepaste méér Joden uit eigen vrije wil tot geloof zijn gekomen dan in al die eeuwen daarvoor. Ook blijft het een opmerkelijk feit dat hoewel de christenen en hun kerkelijke instanties de Joden absoluut niet jaloers hebben gemaakt – integendeel zelfs – er juist een toename van Joodse bekeringen is waar te nemen. De Messiaanse beweging neemt tegen de stroom van de geschiedenis in zijn plaats in!

De wrange vrucht van zoveel eeuwen wrijving tussen Kerk en Synagoge is helaas wel dat het officiële Joodse standpunt is dat de Jood die in Jezus gelooft tot een andere godsdienst is overgegaan. Dit pijnpunt willen de Joodse christenen nu juist weg hebben. Zij zeggen immers uit volle overtuiging dat zij door het geloof in de door God aan Israël geschonken Messias nu pas de door God bedoelde Jood zijn en in de goede verhouding tot Hem zijn komen te staan, nl. door het geloof in de lijn van vader Abraham. Vandaar dat zij zich zoveel mogelijk aan de bestaande Joodse praktijk willen aanpassen.

Evert van der Poll onderscheidt zeven motieven die bij een groot deel van de Messiaanse Joden een rol spelen bij het vormgeven van hun Joodse identiteit.

  1. Om de kerkgeschiedenis recht te zetten;
  2. Om in de diaspora als volk te overleven;
  3. Om het erfgoed van het eigen volk door te geven;
  4. Om het evangelie in de Joodse context te plaatsen;
  5. Een manier om de God en de Messias van Israël te verheerlijken;
  6. Om de nationale roeping van Israël te onderstrepen;
  7. Om de gemeente terug te brengen bij haar Joodse wortel.

Jesjoea hamasjiach Messiasbelijdende Joden doen mee met traditionele gebruiken als besnijdenis, sabbatviering, het houden van Bijbelse hoogtijdagen en het gebruiken van koosjer voedsel. Dit voor zover ze teruggaan op de Tenach. Voor gebruiken die uit de rabbijnse traditie komen ligt dat minder stringent. Hiermee kiezen deze Joden dus niet voor de gelijkwaardigheid van zowel de schriftelijke (O.T.) als de mondelinge (door de rabbijnen overgeleverde) traditie die Mozes beide vanaf de berg gekregen zou hebben.[29]

Drs. M.C. Mulder van het Centrum voor Israëlstudies vertelde tijdens een studiedag van de PKN op 11 mei 2007 over Messiasbelijdende Joden, “een stukje NT in een synagogedienst” n.a.v. zijn bezoek aan Ro’eh Israel, een Messiasbelijdende gemeente gesticht al in 1972 door Joseph Shulam (en verwant aan Beth Yeshua uit A’dam)  en een week later in dezelfde straat, twee huizenblokken verder, aan een meer doorsnee evangelicale dienst zoals in Amerika of Europa, waar a.h.w. een stukje synagoge wordt ingevoegd in een kerkdienst. Er worden in beide wel elementen uit de synagoge gebruikt, maar nergens is de dienst als die van de synagoge. Er blijft afstand naar de gewone synagoge.
Die afstand is er echter ook naar de kerk. Wie enig historisch besef heeft, leert dat dat niet voor niets is. Naast historische afstand is er ook inhoudelijke afstand. Joden die Jesjoea als Messias aanvaarden, herkennen zich vaak niet in formuleringen die in de kerk gegroeid zijn. Men zal niet snel het woord triniteit of drie-eenheid overnemen. ‘Maak mij maar duidelijk waarom ik dat nodig heb om te belijden dat God één is,’ zei iemand tegen mij. ‘Ik geloof dat God Eén is, ik geloof dat Jesjoea de Zoon van God is, ik geloof dat de Heilige Geest God is, maar ik heb die formulering van de drie-eenheid daarvoor niet nodig. Net zomin als de twee-naturenleer. Ik geloof dat Jesjoea de Zoon van God is, ik geloof dat Hij mens geworden is, maar waarom zou ik het precies zo moeten verwoorden als in de belijdenis van Nicea? Dat is geen deel van onze geschiedenis, en ik kan daarachter terug naar de bronnen, zonder de ballast van jullie geschiedenis.[30]

Dat er veel diversiteit is onder Messiaanes gelovigen, blijkt ook uit de academische studie van Richard Harvey,[31] Mapping Messianic Jewish Theology.[32] Daaruit blijkt helder dat veel Messiaanse Joden hun bagage meenemen uit de kerken waar zij vandaan komen of tot geloof in Jesjoea als de Messias zijn gekomen. Dat varieert van de broeders (messiaanse dispensationalisten), calvinistische tot evangelische en meer orthodoxe groepen. Zo kun je op basis van Harvey’s analyse – hoe zij denken over de toekomst van Israël – hen als volgt indelen: Arnold Fruchtenbaum (dispensatieleer); Baruch Maoz (zoals de meeste gereformeerden amillennial); David Stern en Daniel Juster (historisch premillennial) en Mark Kinzer (canonical narritive). Uiteindelijk onderscheidt Richard Harvey maar liefst 8 typen van Messiaans Joodse theologie.
In zijn boek komen vijf thema’s ter sprake: de leer van God (met name de relatie tussen de Christelijke triniteit van God en de Joodse eenheid van God); de persoon en het werk van de Messias; de Thora in theorie (hoe dient de Thora uitgelegd te worden in het licht van Jezus), de Thora in de praktijk (houden Messiasbelijdende Joden zich aan de sabbat, de feesten, kasjroet en hoe doen ze dat) en de eschatologie (met name waar het de toekomst van Israël betreft). [33]

In hun boek Introduction to Messianic Judaism[34] hebben editors David Rudolph en Joel Willitts een grondig onderzoek van de ecclesiastische context en Bijbelse fundamenten van de uiteenlopende Messiaans-Joodse beweging verzameld. Het werk brengt een team van gerespecteerde Messiaans-Joodse en niet-Joodse christelijke geleerden, waaronder Mark Kinzer, Richard Bauckham, Markus Bockmuehl, Craig Keener, Darrell Bock, Scott Hafemann, Daniel Harrington, R. Kendall Soulen Douglas Harink. Een greep van studies in het boek: Messianic judaism synagogen, aanbidding en gebed, de Schrift, de joodse traditie, ethiek, outreach, vrouwen, Messianic judaism in het Land van Israël, nationale organisaties, Messianic judaism in de Joodse wereld en in de heidense wereld, joods christelijke dialoog. Voor het Nieuwe Testament-materiaal: Mattheus, Lucas-Handelingen, Jakobus, onderlinge afhankelijkheid en wederzijdse zegen, Israël en de kerk, gelijkheid, mission-inzet en de kwestie van supersessionisme.[35]

Overzicht van Joodse volgelingen van Jezus in 40 vragen en antwoorden

Aan de hand van veertig vragen en antwoorden schetst drs. Kees Jan Rodenburg[36] een helder beeld van verschillende groepen Joodse volgelingen van Jezus. Deze publicatie maakt duidelijk dat zij deel uitmaken van de Joods-christelijke relatie. De christelijke kerk kan hen daarom niet negeren, maar staat voor de uitdaging Joodse volgelingen van Jezus een eigen plaats te geven. Kees Jan Rodenburg heeft, voordat hij in september 2011 (voor 4 jaar) directeur van de NEM werd, vanaf 2003 tot augustus 2010 met zijn gezin namens het Centrum voor Israëlstudies als Israëlconsulent in Jeruzalem gewerkt.

Hij heeft veel contacten gelegd met Joden uit allerlei stromingen, waaronder Messiasbelijdende Joden, die zich vergaderen in zelfstandige gemeenten. Deze groep Joden wordt door orthodoxe Joden als afvalligen gezien en door veel christenen evenmin begrepen. Vanuit de ontmoeting met deze laatste groep is een boek ontstaan.

De auteur beschrijft de historische dimensies van de gespannen relatie tussen de joodse en de christelijke gemeenschap en de pijnlijke gevolgen daarvan voor Messiasbelijdende joden. Rodenburg nodigt uit naar hun stem te luisteren en vanuit hun invalshoek na te denken over de relatie tussen joden en christenen.

De vragen zijn geclusterd rond vijf thema’s:

  1. De naam en identiteit van Joodse volgelingen van Jezus (hoofdstuk 1);
  2. De geschiedenis van de Messiaanse beweging (hoofdstuk 2);
  3. De situatie van Messiaanse Joden in Israël (hoofdstuk 3);
  4. Theologische opvattingen van Messiaanse Joden (hoofdstuk 4);
  5. De positie van Messiaanse Joden ten opzichte van synagoge en kerk (hoofdstuk 5).

Rodenburg toont dat deze bijzondere groep Joden door hun identiteit en achtergrond de christelijk gemeente in aanraking brengt met allerlei aspecten van de Bijbelse boodschap die lange tijd ondergesneeuwd waren. Het gaat dan om zaken als de voortgaande betekenis van Israël (Gods eeuwige verbondsvolk – de kerk is niet in de plaats van Israël gekomen) en de voluit Joodse bedding waarin het christendom ontstond.[37]

Groei

De laatste twintig jaar is volgens Kees Jan Rodenburg de Messiasbelijdende gemeenschap in Israël gegroeid tot zo’n tienduizend Joodse leden, in actieve gemeenten.[38] De Israëlische samenleving weet hen steeds meer te respecteren. Men ervaart hen als betrouwbaar in houding en gedrag. Juist in het leger, waar veel jongeren op zichzelf worden teruggeworpen, zijn Messiasbelijdende Joden hartelijk en behulpzaam. De diaconale houding valt op, zoals de hulp aan Syrische vluchtelingen. Verder blijkt dat zij loyaal zijn aan de staat Israël. Het lijkt op wat in het Bijbelboek Handelingen staat: ‘En ze stonden in de gunst bij het hele volk’.

Voorbede

Dit beeld vraagt aanvulling. Veel orthodoxe Joden vrezen, dat met de groei van het aantal Messiasbelijdende Joden de joodse traditie verloren gaat. Daarbij komt, dat men hen ervaart als vertegenwoordigers van christenen, van wie men door de eeuwen veel te lijden heeft gehad.

Volgens veel Joden mogen Joden geloven wat ze willen, als ze maar geen christen zijn. Wie Jesjoea als de Messias belijdt, is in deze opvatting niet langer meer Jood. Die scherpte is er ook.

Messiasbelijdende Joden praten alleen over hun geloof als gevraagd wordt wat hen beweegt. Dan komt het vertrouwen ter sprake, de voorbede dat God het hart wil openen voor de Messias, en de overtuiging dat God ons een weg wijst. Paulus spreekt over het kleine deel van het deeg dat aan God gewijd is. Paulus duidt het als een belofte, dat het andere deel er ook toe behoort (Romeinen 11).

Media

Messiasbelijdende gemeenten zijn ook wervend via radio, satelliet en boekwinkels. Ze leven sterk bij de gedachte dat vlees en bloed het koninkrijk niet kunnen beërven. Ze kunnen ons helpen om meer te leven bij het gebed, of de Heer de harten wil openen van onze kinderen en familie.[39]
Voor een overzicht van Messiaanse gemeenten[40] en bedieningen,[41] zie Israël gemeentenieuws[42] en portretten van Messiaanse voorgangers via CGI-website[43], uitzendingen van De Messias van Israël[44] en de documentaire op website van Yeshuas Harvest.[45]

Comité Gemeentehulp Israël

Comité Gemeentehulp Israël is een stichting die zich vanaf 1984 sterk maakt om de Joods-Messiaanse gemeenten in Israël te ondersteunen en dit werk bekend te maken bij christenen en gemeenten in Nederland. En gemeenten te helpen bij het (her)vinden van de joodse wortels van het christelijke geloof. Hoewel vanaf 1984 al actief, werd er pas in 1993 een bestuur gevormd. Het was de verdienste van de oprichter Hans Murris om voorgangers uit Israël naar Nederland te halen en spreekbeurten te organiseren. Daardoor mocht CGI een voortrekkersrol spelen bij het bekend maken van het begrip Messiaanse gelovigen: Joodse mensen die in Jesjoea de Messias geloven. Na enige tijd gaf Hans Murris het stokje over aan Gijsbert en Nelleke Spijker die drie jaar lang leidinggaven aan het CGI. Het informatieblad van het CGI kreeg een nieuw gezicht en een ander logo. Zij werden opgevolgd door Wiert en Heather Douglas[46], die het CGI verder ontwikkelde. Sprekers als Eliyahu BenChaim, Chuck Cohen, Avi Mizrachi, David Davis en Peter Tsukahira bezochten geregeld ons land. Wiert werd als (parttime inhoudelijk) directeur opgevolgd door Sieb Buiten en inmiddels is ook Timo Erkelens als parttime operationeel directeur aan de directie toegevoegd. I.s.m. Family 7 heeft Sieb Buiten een 13-delige serie De Messias van Israël over de Messiaanse gemeenten in Israël gemaakt.[47] Op 17 oktober 2014 werd tijdens de CGI-conferentie 30 jaar CGI herdacht. Spreker was Victor Kalisher, directeur van de Israel Bible Society. In het Israël Gemeentenieuws van Juni 2014 schreef Jan Barendse (voorzitter CGI) een terugblik over hoe het CGI met de Messiaanse beweging meegroeide, inclusief een portret over Hans Murris, pionier van het CGI. CGI is betrokken geweest bij zowel de vreugde als het verdriet van onze geloofsgenoten. Vreugde over de snelle toename van het aantal gelovigen en gemeenten, de authentieke Joodse beleving van het Evangelie; verdriet over tegenstand van orthodoxe Joden. Een ander aspect waarbij CGI betrokken is, is de groeiende eenheid tussen Messiaanse Joden en Arabische christenen, zoals Evan Bass, zoon van de voorganger van de Messiaanse gemeente in Be’ersjeva en Labib Madanat, een Jordaanse christen van Palestijnse afkomst en teamleider van het Palestijnse- en Israëlische Bijbelgenootschap, die samen gewonde soldaten bezoeken in het Soroka Medisch centrum.[48] Het CGI wil gemeenten in Nederland aanmoedigen om zelf in Israël een zustergemeente te zoeken om daar regelmatig contact mee te hebben. Het gaat om de uitwisseling van ideeën, om van elkaar te leren, om materiële steun, maar vooral om geestelijke kruisbestuiving. De meeste gemeenten zijn bezig om hun Joodse identiteit te herontdekken. Amerikaanse of westerse culturele uitingen worden langzamerhand vervangen door typisch Israëlische en Joodse gebruiken. Zo kan de Messiaanse beweging ons helpen om ook beter te verstaan op welke momenten en bij welke situatie Jezus bepaalde voorbeelden aanhaalde of uitspraken deed tijdens de feesten, die ons iets vertellen over de werkelijke bedoeling van God en allemaal iets te zeggen hebben over de komende Koning en zijn Koninkrijk. Doch zonder verplichting om die feesten op te leggen op zus of zo’n manier te vieren, aldus Jan Barendse. Hij zegt verder: “Als het over liefde voor de Joden gaat dan geldt het volgende: het sentiment moet eruit! Liefde en sentiment moet je niet met elkaar verwisselen. Israël liefhebben is een opdracht!” En: “De orthodoxe en seculiere Joden moeten horen over hun Messias, daarover zijn alle Messiaanse Joden het eens. Zij zijn ook de beste getuigen.” Als voorbeeld noemt hij Jakob Damkani[49] in Tel Aviv. Zelden heeft hij zo’n toewijding en zo’n bereidheid ontmoet om te lijden voor de Naam van onze Heer. “We kunnen van hem leren om niet lief te hebben met het oog op een bepaald resultaat, maar gewoon omdat God die ander liefheeft.”

Stichting Steun Messiasbelijdende Joden

In september 1999 is onder voorzitterschap van de Nijkerkse Hervormde predikant ds. A. Jonker de stichting Steun Messiasbelijdende Joden opgericht. Deze stichting is onafhankelijk van de kerkverbanden waaruit de diverse bestuursleden afkomstig zijn. De stichting werd opgericht om de gemeente van ds. Joseph Ben Zvi financieel te steunen bij de aankoop van het pand aan de Jaffastreet tegenover het stadhuis in Jeruzalem. Ds. Ben Zvi is daar sinds 1994 predikant van de kleine, Messiasbelijdende gemeente Bat Zion in Ma’ale Adumim. Ds. Ben Zvi werd in 1952 in Boekarest geboren. Zijn ouders kwamen in aanraking met de prediking van de bekende Roemeense predikant ds. Richard Wurmbrand. Onder zijn invloed aanvaarden zij Jezus als de Messias en werden baptist. Op 8-jarige leeftijd verhuisde Joseph (Jossi) met zijn ouders, broers en zusjes naar Israël. Van 1976 tot 1979 studeerde hij theologie in de VS (Philadelphia). Ben Zvi is getrouwd met Mirjam, een Nederlandse. Ze hebben vier kinderen.

De doelstelling van de stichting is:
1. Het verlenen van materiële en immateriële steun aan Joden die Jezus als de Messias belijden.
2. Het bevorderen van contacten tussen christen en christelijke kerken en gemeenten enerzijds, en Messias belijdende Joden c.q. Messias belijdende Joodse gemeenschappen anderzijds
.

Deze stichting is verder verbonden met o.a. Baruch Maoz van de messiaanse gemeente in Rishon le Tsion. Hier bevindt zich ook de joods-christelijke uitgeverij haGefen (de wijnstok). Deze werd gestart in de 70er jaren van de vorige eeuw door Christian Witness to Israël uit Engeland, die jaren geleden een boekwinkel in Haifa begon.[50] Ds. D. Zadok is directeur van deze uitgeverij en predikant van de gemeente Chesed weEmet (Genade en Waarheid) in Kanot/Gedera.[51]
In 2012 werd op initiatief van deze stichting en met begeleiding van de stichting NET te Apeldoorn door het Israel College of the Bible onderwijs via internet opgezet.

Israël College of the Bible

Het bestuderen van de Bijbel en de toerusting van voorgangers vinden Messiasbelijdende Joden erg belangrijk. Daarom hebben zij jaren geleden een college gesticht in Jeruzalem, dat nu gehuisvest is in Netanya. Er is een groeiend aantal studenten, dat in de collegezalen onderwijs krijgt. Maar niet iedereen kan de tijd hiervoor vrij maken of dagelijks de afstand van huis naar Netanya overbruggen. Nu kunnen studenten thuis een of meerdere cursussen volgen. Zij worden via internet door de docent begeleid en hoeven nog maar weinig uren naar de collegezalen. Met dit prachtige medium kan men zelfs wereldwijd via internet deelnemen aan een Engelse cursus over Joodse wortels van het christelijk geloof of over Bijbelse geografie. Voor overige gemeenten en projecten, zie hun website: http://www.messiasbelijdendejoden.nl

Literatuur

Aalders, P.F. Th. red. (1991). Mensen van de brug: messiasbelijdende Joden in gesprek met de werkgroep Israël en de gemeente van de EA. Merweboek.

Cohen Stuart, G.H. (1989). Messiasbelijdende joden – vroeger en nu. In: Messiasbelijdende joden in Israël anno 1989, C. den Boer, M. van Campen, J. van der Graaf, Boekencentrum.

Van Campen, M. (1989). Kerk en Israël in gesprek. Kampen: Kok.

Duvekot, W. S. (1979) Zal Jesjoea Joden en christenen verenigen? Boekencentrum.

Flusser, D. (1969, 20042) Jezus. B. Folkertsma Stichting voor Talmudica.

Gerssen, S. (1986) Grensverkeer tussen Kerk en Israël. Boekencentrum.

Harvey, R. (2009) Mapping Messianic Jewish Theology, a constructive approach. Paternoster.

Hoekendijk, B. (1994). Twaalf Joden ontdekken de Messias, Shalom Books.

Juster, D. (1995). Jewish Roots, Destiny Image Publications.

Lapide, P. (1977). Opstanding, een joodse geloofservaring. Kok.

Van der Poll, E. (2001). De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen. Shalom Books.

Rodenburg. K.J. (2010). Joodse volgelingen van Jesjoea – een overzicht in 40 vragen en antwoorden. Artios, Groen.

De Ruiter, E.J. (1989). Op zoek naar identiteit, Geschiedenis van gemeenschapsvorming bij Messiasbelijdende Joden in Nederland. Narratio.

Siebesma. P. (1996). Tussen Jodendom en Christendom. Kok Voorhoeve.

Westerbeke, J. (2010). De Messiaanse beweging, een inleiding[52]. Middelburg: St. De Gihonbron.


[1] De bijzondere scherpe formulering kwam ik tegen bij Frans van der Sar, in “Geloven in de dialoog”, red. L.

Mock, E. Ottenheijm, Simon Schoon, 2010.

[2] M. van Campen, Kerk en Israël in gesprek (met Flusser en Lapide), p. 149-172, 1989

[3] http://www.simonschoon.nl/01boekonopgeefbaarh9a.html

[4] Simon Schoon, Geworteld in Israël, p. 65

[5] Idem

[6] Idem

[7] http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2655529/1997/10/25/Pinchas-Lapide-1922-1997.dhtml

[8] Diens uitspraak: ‘als ge de Thora begrijpt, begrijpt ge de hele bijbel’, zou hem tot zijn dissertatie inspireren.

[9] http://www.coenwessel.nl/Isra%EBltheologie.html

[10] Boekbespreking van Simon Schoon’s De weg van Jezus. Een christologische heroriëntatie vanuit de joods-christelijke ontmoeting, door Loes van Lennep in Hervorm Nederland, 25 mei 1991, p.14-15

[11] Herziene druk van een uitgave uit 1991. Boekencentrum, Zoetermeer, 1992

[12] Pas in de 12e eeuw zou Maimonides komen met geloofsartikelen voor het Jodendom

[13] http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi36-2c.php?sw=1600&sh=775

[14] Mw. G.A. v.d. Spek-Begemann – Het verwijt van ‘tweewegenleer’, p. 31 Israël en de Kerk 10/2-2011

[15] Doorgaans gemakshalve Messiasbelijdende Joden genoemd. Kees Jan Rodenburg is preciezer, als hij zijn boek de titel Joodse volgelingen van Jesjoea noemt. Alle Joden geloven immers in de komst van de Messias, doch niet dat Jesjoea dat is.

[16] http://www.tjcii.nl/artikelen/pdf/0194.pdf + http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi48-3b.php?sw=1600&sh=731

[17] http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi48-3b.php?sw=1600&sh=731

[18] Charisma, oktober 2015, p.17-18 We moeten Hebreeuws worden in ons denken

[19] In Een eenzaam avontuur beschrijft Catharine Mulder haar leven, dat God op een wonderlijke manier heeft geleid. Ze groeide op in een liberaal Joods gezin, waar niet over geloof gesproken werd. Tijdens de oorlog kwam ze tot de overtuiging dat God bestaat en dat Jezus de Messias is die de Joden al lang verwachten. Hiervan heeft ze op een unieke manier getuigd. http://www.hadderech.nl/pagina7.html

[20] http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1182437/2009/10/23/Marjorie-Eberle-Gotlib-1914-2009.dhtml

[21] Soteria september 1991, 8e jaargang, nr.3, p.59

[22] http://beth-yeshua.nl

[23] https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/duidelijke-leer-in-een-warme-sfeer

[24] http://www.centrumvoorisraelstudies.nl/artikelen/Mulder_Messiasbelijdende-Joden.php

[25] Er is nog wel een startpagina: http://messiaansebeweging.startpagina.nl/, die beheerd wordt door Chr. Levi Zoutendijk 

[26] De eerste interviews heeft hij nog in 1990 met Wiesje in Cyprus afgenomen.

[27] Van Menahem Benhayim was in 1987 bij Gideon het boek verschenen: Joden en heidenen en de Nieuw-Testamentische geschriften, dat de vraag van de ondertitel Bevat het Nieuwe Testament antisemitische tendenzen? negatief bewijst.

[28] https://trumpetofsalvation.org/jacob-damkani

[29] http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi46-2d.php?sw=1600&sh=73; Interview voor Eye Opener: http://www.npo.nl/eye-opener/05-01-2013/POMS_EO_068232

[30] http://messiaansebeweging.startpagina.nl

[31] Destijds acadamic dean en tutor in Hebrew Bible and Jewish Studies at Allnations, UK.

[32] A Constructive approach, Paternoster, 2009

[33] In zijn recensie geeft dr. P.A. Siebesma illustratief aan hoe verschillend de benadering van de Thora is: http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi54-4e.php?sw=1600&sh=731

[34] Zelfs via bol.com verkrijgbaar en in te wisselen tegen Airmiles!

[35] Voor uitgebreide boekrecencies, zie:

http://roshpinaproject.com/2013/02/17/introduction-to-messianic-judaism-book-review

http://ffoz.org/blogs/2013/05/introduction_to_messianic_juda.html

https://truthstatic.wordpress.com/2013/06/13/book-review-introduction-to-messianic-judaism

[36] In november 2009 was van zijn hand al verschenen in de CHE-reeks het boekje: Geen verzoening zonder bekering: gesprekken over de Joodse traditie: http://www.centrumvoorisraelstudies.nl/info/boek_Geen-verzoening-zonder-bekering.php

[37] Voor een informatieve recensie van C.J. van den Boogert, zie http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi54-4d.php

[38] http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi50-3b.php?sw=1600&sh=775

[39] www.pthu.nl/actueel/nieuws/Nieuwspdf/Messiaanse%20Joden%20in%20gunst%20bij%20het%20volk.pdf

[40] http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=14

[41] http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=147

[42] http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=100

[43] http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=49

[44] http://www.family7.nl/messias

[45] http://www.yeshuasharvest.org/living-stones/connecting-with-believers/directory-of-israeli-congregation

[46] Voor EZA-magazine Zending Nú, schreef hij thematisch artikel: Messiaanse Joden en hun plaats in het Lichaam van Christus, p. 8-9

[47] Zie voetnoot 142

[48] Parakleet 109, 1e kwartaal 2009

[49] Van Trumpet of Salvation en hotel Gilgal. In zijn boek, Waarom ik? Beschrijft hij zijn levensverhaal en getuigenis. Voor meer portretten van Messiaanse voorgangers, zie http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=49. CGI beschikt ook over een introductie DVD van Messiaanse gemeenten in Israël met onderwijs van Peter Tsukahira over Romeinen 11. Over wat het betekent om geënt te zijn op Israël.

[50] Op hun website vindt u meer informatie: http://ha-gefen.org.il/hagefencwi-history/

[51] Http://www.digibron.nl/search/detail/b33051dfff615084a90f33199855b629/grace-and-truth-naar-nieuwe-kerk/5 en http://alfredmuller.net/2013/09/07/grace-and-truth-naar-nieuw-kerkgebouw/

[52] Via internet: http://www.theologienet.nl/ documenten/Westerbeke,%20Jos,%20Messiaanse%20Beweging.pdf